De kracht van Infographics

In ons werk zijn we veel bezig met woorden en de manier waarop we deze in een rapport, verslag of presentatie gebruiken. Hoe verwoord je alle feiten, cijfers en de boodschap die je wil overbrengen op een heldere, krachtige manier. En dan ook nog op zo’n manier dat de doelgroep het in één keer begrijpt.

Om dit doel te bereiken worden Infographics de afgelopen jaren steeds vaker gebruikt. Niet zo gek, als je bedenkt dat diverse studies het al hebben aangetoond: visuele informatie, mits juist gepresenteerd, blijft tot een factor tien beter tussen de oren hangen dan tekstuele informatie. Sommige studies tonen zelfs aan dat 90% van wat we onthouden gebaseerd is op visuele ervaringen.

Nu zal de term Infographic nog niet bij iedereen bekend zijn, maar het ‘oudste’ voorbeeld waarbij data visueel wordt weergegeven is bij de meeste wel bekend:

subway

Ook in onze wereld van advisering zouden we vaker gebruik moeten maken van Infographics, om onderzoeksdata, feiten en cijfers in één heldere ‘praatplaat’ te presenteren. De redenen waarom we dit moeten doen, zijn het beste weer te geven in een Infographic. :-)

Mocht je zelf aan de slag willen, dan raad ik je aan om hier te kijken, een overzicht van de 80 beste Infographics vindt je hier.

Zelf ga ik het komende jaar vaker gebruik maken van Infographics, in zowel presentaties als adviesrapporten, ik zal mijn bevindingen hierover komend jaar toevoegen aan deze blog!

De toekomst van mobiel betalen: NFC of iBeacons?

De afgelopen jaren duikt het onderwerp steeds op in de media, mobiel betalen via Near Field Communication (NFC). Ruim twee maanden geleden is er daadwerkelijk gestart met een NFC pilot in Leiden. Circa honderdvijftig winkeliers en duizend consumenten kunnen sindsdien met hun mobiele telefoon kleine bedragen afrekenen, zonder een pincode in te toetsen. In de eerste zes weken stond de teller al op 15.000 betalingen, waarbij in 90 procent van de transacties het aankoopbedrag lager dan 25 euro is.

Vorige week heeft Rabobank aangekondigd in 2014 als eerste Nederlandse bank een NFC-betaalsysteem in te willen voeren, dat werkt met betalen via een mobiele app. Mastercard, één van de deelnemers aan de pilot in Leiden, geeft aan dat er wereldwijd 56 landen zijn waar contactloos betalen mogelijk is. Telecom Italia en Visa Europe hebben plannen om mobiel betalen via NFC in heel Italië uit te rollen. Banken, telecomproviders en smartphonefabrikanten zijn druk bezig om van NFC de standaard in mobiel betalen te maken. So far, so good voor NFC zou je zeggen.

Bij de introductie van de laatste iPhone in september werd echter duidelijk dat er geen NFC-chip zal zijn te vinden in het toestel van Apple. Apple negeert hiermee de NFC beweging, maar introduceert wel een alternatief gebaseerd op Bluetooth Low Energy (BLE). Het bedrijf liet bij de introductie van iOS7 de term iBeacons vallen, wat gebruikt kan gaan worden voor indoor locatiebepaling, marketing op basis van locatie en inderdaad, contactloos mobiel betalen. Ook PayPal heeft al een simpele betaalterminal voor in de winkels geïntroduceerd op basis van deze BLE techniek. Sinds de komst van Android 4.3 wordt BLE ook in smartphones met dit besturingssysteem ondersteund.

De voordelen van mobiel betalen via iBeacons zijn legio:

  • Het bereik is groter, 50 meter versus 20 centimeter bij NFC.
  • Je hebt geen speciale chip nodig op je telefoon, iedere smartphone heeft bluetooth.
  • De kosten voor de winkeliers zijn lager, je hoeft niet ieder product uit te rusten met een NFC tag.
  • Je kunt iBeacons inzetten voor veel meer dan alleen betalen, denk bijvoorbeeld aan exacte locatiebepaling tijdens evenementen, in warenhuizen en stadions.

Alle ingrediënten lijken hiermee aanwezig om de komende jaren een flinke strijd te kunnen verwachten tussen NFC en iBeacon. Ik verwacht dat het marktpotentieel uit locatie gebaseerde advertenties de adoptie van mobiel betalen via iBeacons een positieve groei kunnen opleveren. De eerste plaats waar we deze zullen gaan tegenkomen is in de Apple Stores in de Verenigde Staten, in Nederland moeten we het voorlopig doen met de NFC pilot in Leiden!

Werken op een 19de eeuwse uitvinding

De kans dat u achter een computer zit terwijl u dit leest is groot. Kijkt u even naar het toetsenbord. Wat u ziet is een 19de eeuwse  uitvinding met enkele moderne aanpassingen. De volgorde van de letters is zodanig dat u zo min mogelijk last heeft van het vastlopen van de mechanische hamertjes.  Niet dat uw elektronisch apparaat mechanische hamertjes heeft  maar dat ter zijde.

Mensen houden niet van veranderingen. Er zijn toetsenbord indelingen die veel logischer zijn voor een elektronisch apparaat. Voor tablets is er zelfs het innovatieve Swiftkey waarbij men met de vinger over de letters schuift in plaats van op het scherm te tikken.  Maar hebben we eigenlijk nog wel een toetsenbord nodig?  Een toetsenbord op een telefoon is onhandig, een toetsenbord op een laptop vaak vervelend en slecht voor de polsen en losse toetsenborden zijn groot en onhandig om mee te nemen.

Nieuwe technologieën maken het mogelijk om efficiënter en effectiever te werken. De kaders waarbinnen mensen neigen te werken zijn hierbij de beperkende factor. Of het nu gaat om het voorbeeld van het toetsenbord, het nieuwe werken of een nieuwe versie van office. Voorlopig tik ik verder op mijn 19de eeuwse uitvinding.

Het verhaal van Gottfried

Gottfried Wilhelm Leibniz was een fan van de Chinese cultuur en mensen. Volgens mijn geraadpleegde bron (wikipedia) was hij bekend met de I Ching, wat ook wel vertaald wordt naar: Het boek der verandering. Het geeft de lezer, al moet ik er voor de volledigheid bij zeggen dat ik het zelf nooit gelezen heb, een systeem/set aan figuren (hexagrammen) en hoe deze te interpreteren.

Het interessante aan dit boek is dat het een sterke relatie heeft met de, waarschijnlijk door Lao-Tsu gedocumenteerde, Tao Te Ching wat in feite een bundel van 81 teksten is. Deze teksten worden ook wel het boek van de weg (Tao) en de deugd (Te) genoemd.  Ik ga hier zo uitvoerig op in omdat deze Chinese filosofie, naast het boeddhisme en confucianisme, een van de drie grote overtuigingen in China is. Tot slot voeg ik er nog aan toe dat het taoïsme uit ongeveer de 6de eeuw v. Chr stamt.

Terug naar Gottfried, en wat hem zo interesseerde aan de I Ching: De I Ching bevat een set aan hexagrammen, met daarin een 6-tal lijnen. Deze lijnen kunnen ofwel onderbroken zijn in het midden, of als geheel. Hiermee zijn er dus een 64-tal hexagrammen, die volgens deze Chinese filosofie staan voor de interne (de eerste set van 3 lijnen) en externe aspecten van verandering. Gecombineerd geeft dit een beeld van de dynamiek van en tussen deze 2 aspecten.

Leibniz heeft hier waarschijnlijk kennis van genomen, en in 1679 een systeem bedacht wat niet meer weg te denken is. Hij heeft zijn systeem pas in 1701 gepubliceerd, om zijn aanstelling aan de Academie des Sciences in Parijs, waar onze eigen Christiaan Huygens trouwens een van ‘founding members’ was te bekrachtigen. Dit systeem was het binaire stelsel.

Bijzonder hoe deze man iets bedacht, wat na ruim 300 jaar eigenlijk de basis is voor onze digitale wereld. Nog bijzonderder is dat hij weer geinspireerd is door iets wat weer vele eeuwen eerder bedacht is. Dat brengt mij bij de vraag waar er nog meer inspiraties en ideeën uit het verleden voor het oprapen liggen? En wat voor basis leggen wij op dit moment voor de samenleving over 300 jaar, of zelfs voor over 3 eeuwen?

Daar of hier?

Door een recent gelezen artikel moest ik enkele overtuigingen over off-shoring heroverwegen, hieronder even een aantal ontwikkelingen welke mij hiertoe hebben aangezet:

  • De lonen in Azië zijn in 2000-2008 jaarlijks met 7.1-7.8% gegroeid, en in de ‘ontwikkelde’ economieën is deze stijging slechts 0.5-0.9% op jaarbasis geweest;
  • Veranderende fundamenten van werk door nieuwe technologische ontwikkelingen (bijv. 3D-printen) waardoor productie werk veel minder arbeidsintensief wordt, en waar de kosten (ongeacht de locatie) in principe hetzelfde zijn;
  • Veranderende omstandigheden zoals stijgende transport kosten en de eerder genoemde toename in lonen, maakt het steeds minder interessant om (waar flexibiliteit nodig is, maar ook bij laagwaardige) producten en diensten ver van de eindconsument te produceren en leveren;
  • Grote risico’s voor bedrijven omdat problemen aan de andere kant van de wereld een hevige verstoring van de supply-chain kunnen opleveren.

Ik denk niet dat deze punten betekenen dat dit het einde van off-shoring is. Het zal blijven gebeuren, maar er zal steeds meer een andere drijfveer achter zitten. Dat is simpelweg om in de buurt van deze groeiende markten aanwezig te zijn. Een onderzoek van McKinsey maakt bijv. de inschatting dat in 2025 deze ‘developing economies’ ongeveer 70% van de vraag naar goederen voor hun rekening nemen. Eenzelfde beweging valt te zien voor diensten, waar de vraag naar toeneemt, naarmate deze economieën zich verder ontwikkelen.

 Wat volgens mij de positieve kant hiervan is, is dat bedrijven, in ieder geval voor een deel van de activiteiten, zullen heroverwegen vanuit welke locatie de producten en diensten het beste geleverd kunnen worden. Dichter bij huis, en kijkend naar mijn vakgebied  van IT dienstverlening, zal het op de korte termijn niet zo hard gaan met re-shoring. Hier is ook m.n. het aantal beschikbare medewerkers met de juiste skill-set de belemmerende factor.

Mijn conclusie na het lezen van dit artikel is vooral dat veel zaken niet zo zwart of wit zijn zoals ze wel eens lijken of voorgespiegeld worden. Er zijn genoeg kansen en redenen om producten en diensten te (blijven of gaan) verlenen op een lokaal niveau. De business case van een aantal jaar geleden, waarmee de keuze gemaakt is voor het off-shoren, kan nu wel eens helemaal anders uitpakken.

Zeker als macro economische factoren meewerken, zoals een flexibele(re) arbeidsmarkt en verdere opening van grenzen voor vrij verkeer van mensen en goederen, dan liggen er vooral voor een handels- en kennisland zoals Nederland kansen. Met de juiste combinatie van onderwijs, inzet van de (IT) bedrijven en geschikt (overheids)beleid, liggen er dan ook vast en zeker een paar mooie kansen voor Nederlandse (IT) organisaties rondom deze off-, near-, en re-shorings bewegingen.

De mens achter de cijfers

In kleine business units kom ik vaak hetzelfde fenomeen tegen. Managers die voor hun eigen business unit een rapportage tool bouwen terwijl hun business unit niet uniek is. Het is een sport geworden om de ultieme Excel tool te bouwen, andere weten zich geen raad met alle informatie die op hen afkomt en proberen met een tool er toch wat uit te krijgen.  Vaak bouwen vrijwel identieke units naast elkaar rapportage tools omdat de managers elk op andere informatie sturen. Soms sturen ze op dezelfde cijfers maar zijn ze zo geïsoleerd dat men van elkaar niet weet wat men doet.

Kunt u een business case maken voor een uitgebreide rapportage tool waar 3 mensen mee bezig zijn die de performance van 8 werknemers meet? Ik niet.  Voor 8 werknemers een hele tool opzetten is een dure exercitie. Managers die zelf een tool bouwen moeten zicht afvragen of dit wel past bij hun werkzaamheden.  Daarnaast verliezen diezelfde managers vaak een belangrijk aspect uit het oog: de persoonlijke benadering naar werknemers toe.  Rapportage tools om te sturen worden vaak een controle mechanisme op fouten. Die negatieve connotatie draagt niet bij aan een positieve groei stimulans naar de werknemer.

Er is steeds meer data beschikbaar die we kunnen omzetten naar informatie en er zijn steeds meer tools om dat te doen. Dat betekend echter niet dat we dit ook hoeven te doen.  Het bouwen van tooling en genereren van rapportages is iets wat makkelijk centraal kan worden ingeregeld. Het gebrek aan specifieke tooling op business unit niveau weegt niet op tegen de besparing in kosten en tijd. Tijd die een manager kan gebruiken om de mens achter die cijfers te ontdekken.

De huisarts toevoegen op je FB… Een gek idee of een verzoek om informatievoorziening anders in te richten?

Een inspirerend verhaal over informatievoorziening vanuit de beleveniswereld van de patiënt, hoorde ik op het  congres “Architectuur in de zorg” van Nictiz op 20 juni jl. Een van de sprekers opende op de geboortedag van zijn zoontje een Facebook-pagina voor de baby, waarop hij in één keer alle informatie kon delen met familie en vrienden.

Omdat dit zo goed beviel, besloot hij op een gegeven moment om zorgverleners toe te voegen. De kraamverzorgster vroeg namelijk steeds om informatie over de ontwikkeling van de baby, die ook op Facebook stond.  Door haar als ” vriend” toe te voegen, had ze in één keer toegang tot alle informatie en kon ze ook informatie plaatsen. De Facebook pagina ontwikkelde zich steeds meer als een soort EPD. Toen de zorg van de kraamverzorgster bij het gezin afgelopen was, hield ze nog een paar weken via Facebook contact om te vragen hoe het gingEPD-login Facebook.

Bij de huisarts kreeg de spreker een andere reactie.  “Zo werken wij niet”, was het antwoord. Het verzoek van de spreker werd niet eens overwogen…

Dat patiënten mondiger worden en steeds vaker met ideeën en initiatieven komen om informatievoorziening in de zorg te verbeteren of patiëntvriendelijker te maken is niet nieuw. Op veel congressen zie je hier voorbeelden van. Dit voorbeeld is ook geen oproep om alle huidige EPD/ZIS/HIS systemen de deur uit te doen en over te gaan op FB, maar het is een voorbeeld van hoe informatievoorziening vanuit de beleveniswereld van de patiënt ingericht kan worden.

Facebook als EPD vervult een informatiebehoefte van de spreker en helpt hem om regie te nemen over de zorg (van zijn zoontje).  Deze wensen nemen in de toekomst alleen maar toe bij patiënten. Stijgende kosten en bezuinigingen dwingen steeds meer zorginstellingen om een groter beroep te doen op de zelfredzaamheid van patiënten.  De patiënt wordt regisseur van eigen zorg. Om deze rol op te kunnen pakken is goede informatievoorziening cruciaal.

Vanuit informatie architectuur in zorgsector wordt echter nog te weinig vanuit dit perspectief naar informatievoorziening gekeken.  Een voorbeeld zag ik op hetzelfde congres in de presentatie van Nictiz over het Referentie Domeinenmodel Ziekenhuizen (RDZ).  Het RDZ is een model dat ziekenhuizen ondersteunt bij de inrichting van de informatievoorziening. Het is een hulp- en communicatiemiddel bij vraagstukken op het snijvlak van zorg en inrichting van de informatievoorziening.

Hoewel het RDZ goed onderbouwd is en kan helpen met het verkrijgen van integraal inzicht op hoe informatievoorziening tegenwoordig in veel zorginstellingen ingericht is, helpt het model niet bij beantwoorden van vraagstukken die betrekking hebben op de patiënt als regisseur van eigen zorg en vernieuwingen op dit gebied. De patiënt ontbreekt in dit referentie architectuur model.  Hierdoor is de kans dat in de uiteindelijke informatievoorziening geen rekening wordt gehouden met de patiënt groot.

Tijdens het congres gaf Nictiz aan opzoek te zijn naar modellen,  waarin de patiënt wel centraal staat. Het People Healthcare Information model (PHI model) van KPN Consulting is zo’n model. Het is  vanuit een green field situatie met een nieuwe kijk op informatievoorziening in de zorg ontwikkeld.

Hospitality als nieuw uitgangspunt van de ICT-organisatie

Nieuwe Technologieën maken het steeds makkelijker om altijd en overal te werken. Organisaties spelen daar zo goed mogelijk op in door bijvoorbeeld een veilige en flexibele werkplek te leveren. Maar de praktijk laat zien dat de medewerkers steeds vaker met eigen devices en apps werken. Daarnaast hebben zij de verwachting dat ook de ICT-organisaties hen ondersteunt en begeleidt in deze nieuwe wereld van werken.

We hebben vaak de neiging om over de techniek te praten, als we het over werken en ICT hebben. Technologie maakt inderdaad heel veel mogelijk. Het gaat uiteindelijk echter om de toepassing van techniek en de afstemming met de gebruikers en wat deze daadwerkelijk nodig hebben. Jongere generaties zijn opgegroeid met technologieen maar daarnaast bestaan er ook traditionele gebruikers..

Werken in de nieuwe wereld vraagt om andere spelregels om succesvol te zijn. Een ICT-organisatie kan veel leren door te acteren als een vijfsterren hotel; het proactief helpen en ondersteunen van de gebruiker, of beter gezegd de gasten. De de focus is nu op veiligheid en controle is in plaats van serviceverlening als ICT-organisatie. Maar hoe kan een ICT-organisatie het beste invulling geven aan de verwachtingen van hun gebruikers, oftewel hun gasten?

Hospitality  als nieuw uitgangspunt van de ICT-organisatie

De inzet van ICT op de werkplek in relatie tot tevreden klanten

Raken organisaties hun klanten of medewerkers kwijt door de grote afstand die gecreeerd wordt met nieuwe communicatiemiddelen? Toepassingen zoals online afspraken vergroten bijvoorbeeld het gemak en tevredenheid  voor de klant, toch? Ketenmanager van een grote verpleeg-en verzorgingsinstelling te Noord-Holland merkt op dat “er wel goed gekeken moet worden naar waar ICT ingezet wordt en welke waarde dat toevoegt aan de dienstverlening”. Het onderscheidend vermogen van ICT zit dus aan de menselijke kant. Perceptie moet  een belangrijk leidend principe in de (ICT-)organisaties zijn. Zeker als we het hebben over de relatie ICT en een tevreden klant. Het is vaak zo dat een klant niet altijd gelukkiger wordt van sec een ICT-oplossing. Zeker als de ICT-oplossing slechts bijdraagt aan kostenbesparingen of procesverbeteringen, waarbij de kwaliteit gelijk blijft.

 

De werkplek in de nieuwe wereld; de waarde van ICT zit in de bediening

In de nieuwe wereld maakt technologie het mogelijk om tijd en plaats onafhankelijk te werken. Het kunnen gebruiken van technologie is echter  waardevoller dan het bezit ervan.  De ICT-organisatie -die helpt de productiviteit van werknemers te verhogen- biedt echt toegevoegde waarde voor de organisatie.

Voor de werknemers maakt het veel uit hoe zij zich behandelt voelen door de ICT-organisatie. Voor gasten van een vijfsterren hotel maakt het ook veel uit hoe zij de service ervaren. Toch weet een kwaliteits hotel  die bediening van hun gasten zo af te stemmen op de wensen. Ook al is die service  vrij generiek,  men voelt zich toch heel bijzonder voelt als zij bij de entree opgevangen worden met een paraplue. De verantwoordelijkheid van de ICT-afdeling is nu niet om in te spelen op dergelijke behoeftes. Het uitgangspunt van deze organisatie is namelijk alleen gericht op beheer, controle en veiligheid. Toch stellen werknemers steeds hogere eisen aan de ICT-dienstverlening.

 

Voor veel IT-organisaties is een traditionele rolverdeling de realiteit. De traditionele manier is dat vanuit de infrastructuur van de organisatie de automatisering en informatie technologie wordt vorm gegeven. Dus is de relatie tussen business en ICT vooral operationeel. Succesvolle organisaties kiezen meestal een meer strategische benadering van ICT.  Wanneer de vertaling namelijk plaats vindt op strategisch niveau door de ICT-leverancier, dan is de relatie relationeel en kan vele malen beter ingespeeld worden op de behoefte van de gebruikers, oftewel de gasten.

 

Al met al betekent werken in de nieuw wereld…

De wereld verandert in de zin dat we vatbaarder lijken te worden voor hypes. Het blijft daarom erg belangrijk om als organisatie de vraag te stellen hoe ICT de business strategie kan ondersteunen. Het kunnen gebruiken van technologie is namelijk waardevoller dan het bezit er van. Het is dus belangrijk om nieuwe verbanden en toepassingen te laten werken voor je medewerkers.  De IT-organisatie die helpt de productiviteit van werknemers te verhogen biedt echt toegevoegde waarde voor de organisatie.

 

Help, mijn IT afdeling verdwijnt!

Tot nu toe heb ik geen bestuurder de angst horen uit spreken dat zijn IT afdeling straks niet meer nodig is. Terwijl je toch ziet gebeuren dat vanwege uitbestedingen, cloud diensten en de toenemende mate waarin consumenten oplossingen in het bedrijfsleven worden toegepast, dat de toegevoegde waarde van een eigen IT afdeling heel snel aan het verdwijnen is. Forrester heeft voorspeld dat in 2020 de IT afdeling zelf niet meer bestaat en dat hun verantwoordelijkheden worden verspreid over de andere onderdelen van bedrijven. En waarom zou je als organisatie ook een eigen IT afdeling nodig hebben?

houdini

Veel IT afdelingen lijken zich vooral zorgen te maken over het draaiend houden van de bestaande systemen. Ze lossen storingen op als die zich voordoen en passen de systemen aan naar de laatste versies. En vaak gaat dit ook nog niet goed. De oorzaken van storingen worden niet voldoende weg genomen en dus komen de storingen vaak weer terug. En veel IT afdelingen doen er zo lang over om naar de laatste versies te komen dat er nog steeds organisaties zijn die werken op Windows XP of zelfs Windows NT werkplekken. Ze komen maar steeds weer mensen te kort, hebben niet de juiste specialisten in huis en hebben nooit genoeg budget om de projecten te kunnen doen. Het is dus maar goed als de IT afdeling overbodig zou worden. Uitbesteden is misschien wel een goed idee.

Toch is dit geen pleidooi om de IT afdeling maar uit te besteden, het is de vraag of dat het probleem oplost. Waarom was er een IT afdeling om te beginnen nodig? Welk vraagstuk werd er opgelost door een IT afdeling in te zetten? In het verleden waren er eerst oplossingen die met behulp van technologie de bedrijfsvoering verbeterde of die nieuwe diensten mogelijk maakten. En vaak had een andere organisatie de toepassing eerst ontdekt en werd deze weer gekopieerd binnen de sector. Veel werd er ontwikkeld en geprogrammeerd omdat de oplossingen nog niet standaard in de markt beschikbaar waren. En, door het aan elkaar knopen van netwerken en systemen, moest er ook weer veel doorontwikkeld worden om informatie en gegevens te kunnen uitwisselen. Er was dus veel behoefte aan mensen die de technologie begrepen, de taal beheersten en die de systemen konden aanpassen waar nodig. IT was innovatief, doordat het nieuwe mogelijkheden voor bedrijven bracht.

Nu is er veel complexiteit ontstaan in het koppelen van allerlei systemen en toepassingen via verschillende netwerken en oplossingen. Niemand weet precies meer hoe het in elkaar zit en wat de afhankelijkheden zijn. Het laten draaien is ingewikkeld en kost veel aandacht en tijd. Waar in het verleden IT vooral nieuwe mogelijkheden bracht, is het nu de beperkende factor geworden die groei en innovatie belemmeren. En dat geld ook voor de IT afdeling die dit in stand probeert te houden.

Ondertussen is de technologie buiten de organisatie verder aan het ontwikkelen. De consumenten benadering van bedrijven als Apple en Google hebben er voor gezorgd dat veel IT middelen nu algemeen beschikbaar zijn en doorgaans goed aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Medewerkers van de marketing afdeling hebben genoeg IT kennis om zelf een Portal te bouwen. Accountmanagers gebruiken Salesforce om elkaar te informeren over klantafspraken en leads. Dat maakt dat de techniek zelf niet meer de belemmerende factor is. Voor bijna alle mogelijke toepassingen in het bedrijfsleven zijn nu relatief goedkope en modulaire oplossingen in de markt te vinden. Het ombouwen en aanpassen van deze systemen op technisch niveau is niet meer nodig. Je hebt geen technische expertise meer nodig om deze technologieën in te zetten, begrip voor de functionaliteit en toegevoegde waarde helpt wel. En daar zit dan ook de toegevoegde waarde voor een IT afdeling: hoe zet je technologie in om de bedrijfsvoering te verbeteren en nieuwe diensten in de markt te kunnen zetten? Daarvoor is geen afdeling van techneuten en monteurs nodig. Het technisch onderhoud kan door de leveranciers worden gedaan. Zoek nu vooral naar business analisten en functioneel beheerders die uw organisatie verder kunnen helpen. En regisseurs die de samenhang tussen de verschillende oplossingen kunnen bewaken.

 

Welcome to the Bootcamp!

boomiZo werd ik welkom geheten door Geoff, de trainer uit Philadelphia die ons in één week helemaal thuis zou maken in de wereld van het cloudintegratieplatform van Dell: Boomi Atomsphere.

 

Boomi, opgericht in 2000 en in 2010 overgenomen door Dell, profileert zich als ‘The #1 Integration Cloud’. De eerste vraag die ik mezelf stelde: wat doen ze dan precies en welk probleem lost dit op? Het concept is helder: Boomi biedt een oplossing om iedere combinatie van Cloud, SaaS en on-premise applicaties met elkaar te verbinden zonder ingewikkelde software, code of andere appliances.

Maar hoe gaat dit de klant helpen?
Hoe meer cloudapplicaties medewerkers gebruiken, hoe meer je als bedrijf kan profiteren van koppeling van deze applicaties. Onderling, maar ook aan andere ICT-systemen. Zo zorg je ervoor dat alle gegevens altijd uit één bron komen. Met een cloudintegratieplatform als Dell Boomi kun je de integratie van systemen effectief en betrouwbaar te organiseren.

Een voorbeeld:
Een financiële dienstverlener slaat klantendata op in een web-based database, een on-premise database en in de cloud via Salesforce CRM. Door de groei van de organisatie is het inefficiënt en kostbaar geworden om gegevens over deze drie verschillende systemen beheren. De integratie tussen deze systemen werd gedaan door tienduizenden transacties via Excel spreadsheets handmatig over te brengen. Door Dell Boomi in te zetten zijn deze systemen nu aan elkaar gekoppeld via een in de browser visueel te beheren automatisch proces.

Boomi procesflow

Dit alles is in 40 uur gebouwd tegen een fractie van de kosten wat dit op de klassieke handmatige manier zou hebben gekost. Daarnaast is de oplossing nu schaalbaar, flexibel en gemakkelijk te beheren door IT Operations, zonder diepgaande kennis van programmacode.

In het bootcamp hebben we diverse scenario’s besproken, in de tooling uitgewerkt en in-depth de mogelijkheden van de processen en connectoren doorgenomen. Op de laatste dag van het bootcamp heeft iedereen het Atomsphere Process Developer examen afgelegd, waardoor KPN Consulting nu de beschikking heeft over ongeveer 10 gecertificeerde Dell Boomi Consultants!

Overall zie ik veel mogelijkheden voor een product zoals Boomi Atomsphere, zeker in de huidige wereld waarin het gebruik van cloudapplicaties en de behoefte aan effectieve en betrouwbare integratie toeneemt.